Bij het afscheid van Thérèse
San Salvatorkerk Orthen, Den Bosch Noord
Zaterdag 14 augustus 2010
De tekst van het bidprentje vindt u hier.
Intocht
Welkom door Corrie Dansen van pastoraatsgroep Orthen
Oleg Fateev speelt het orgel fuga in C mineur van Johan Sebastian Bach
Adri, Mattijs, Willem, Floris, Gert en Dré brengen Thérèse naar voren
Adri ontsteekt de kaarsen rondom de kist
Vindplaats van oude en nieuwe verhalen
Gerton:
Familie, vrienden,
'Iemand moet het doen. En wij doen het.' Het was één van de laatste zinnen van het laatste optreden van Therese, nog maar kort geleden. Het zinnetje is o, zo van toepassing op vandaag.
Voor wie mij niet kent, ik ben Gerton, de broer van Therese.
Wat goed en ondersteunend dat jullie met zo velen zijn gekomen, om dit verhaal, deze reis te delen.
De afgelopen tien dagen ging de reis van Mbala naar Lusaka, van Lusaka naar Nairobi, van Nairobi naar Amsterdam, van Amsterdam naar Tilburg en vandaag de laatste etappe van Tilburg naar Orthen. We hebben Therese gevolgd op deze reis. Willem belde de halve wereld rond om de reis te bespoedigen en wij, familie en vrienden, belden en spraken elkaar over de terugreis van Therese over zambiaanse wegen, door de afrikaanse bureaucratie en langs wilde dieren op transport die haar vliegreis trachtten te vertragen. Maar nu is ze hier. Eindelijk.
Het is al zo vaak gezegd. Dít verhaal is te vreemd voor woorden. Hoe een oud, gelukkig bijna gesleten verhaal van 36 jaar geleden plots weer voor de deur staat en je onbarmhartig hard in de ogen kijkt. Mijn goede vriend Herman verwoordde het zo treffend: Dat het noodlot onverwachts en altijd ongelegen komt, dat wist ik wel. Dat het noodlot onbegrijpelijk wreed en bizar kan zijn, dat ook. Maar dat het noodlot geen enkel fatsoen heeft, dat het noodlot geen fantasie heeft, dat is onvergeeflijk. En verstand van statistiek heeft het ook al niet.
In de afgelopen tien dagen hebben we verhalen verteld over Therese, over de Adri de Grote Liefde, over het gebakkelei en de onvoorwaardelijke broederschap tussen de jongens, over Therese de dochter, de zus, de tante, de nicht, de schoonzus, de buurvrouw, vriendin, over de verhalenverteller. We hebben gejankt, gevloekt en vaak onbehoorlijk hard gelachen. Het bracht ons weer zo dicht bij elkaar.
Rode draad door al die verhalen: eigenlijk was Therese – en welbeschouwd dulden we hier geen tegenspraak – eigenlijk was het best een vervelend mens. Therese was eigenzinnig, eigenwijs, perfectionistisch - zeker ook naar anderen; het was nooit goed genoeg -, ze was provocerend, handtastelijk, ontregelend, met schoenen gooiend van boosheid.
Gelukkig had ze ook een paar wat betere eigenschappen en ook die zullen in deze herdenkingsdienst aan bod komen. We componeren met elkaar een volgend hoofdstuk van een verhaal dat ook na vandaag gewoon doorgaat. Ik kan het niet beter zeggen dan Adri: ook hier zal iets uit voortkomen.
Mattijs, Willem en Floris – haar grootste trots – zullen nu vertellen over de reis van Therese, over haar verhalen en spinazie.
Mattijs:
Lieve mama,
Toen papa me vertelde van jouw ongeluk kon ik het niet geloven. Hij heeft het minstens 10 keer moeten vertellen voordat er ook maar een klein beetje tot me doordrong. Zo’n bericht gaat door merg en been, en het is eigenlijk niet uit te leggen hoe het voelt om zoiets te horen.
Om dat moment ging er van alles door me heen. En vooral: Hadden wij jou moeten laten gaan? Dat is een vraag waar ik mijn hoofd over kan breken. Maar op hetzelfde moment dat ik die vraag stel weet ik dat je –waar je nu ook bent- daar een beetje om moet lachen. Jij en ik weten namelijk dat je altijd precies wist wat je wilde, en uiteindelijk je eigen weg ging. En ik ben in ieder geval blij dat jij wist dat wij achter jou stonden toen je vertrok. Ik hoop dat je dat ook in die laatste minuten of zelfs tellen gevoeld hebt.
Deze week sprak ik veel met jouw zusje, mijn peettante Rian. Na het ongeluk met jouw broer Kees, heb jij 36 jaar lang de wens gehad om het land van zijn overlijden te bezoeken. Je wilde dat hoofdstuk voor jezelf afsluiten, en dat moest je van je zelf op de eerste plaats alleen doen. Ik, die je vernoemde naar jouw broer, heb nog meer bewondering voor je gekregen dat je dit na al die jaren gedaan hebt, ondanks de angst die je toch had.
Donderdag kregen Rian en ik jou voor het eerst te zien op Schiphol. Dat kamertje inlopen is het moeilijkste dat ik ooit in mijn leven gedaan heb. Tegelijkertijd voelden wij ons bevoorrecht dat wij jou eindelijk mee naar huis mochten nemen. Ik heb je verteld dat ik je meenam naar papa, Willem en Floris en dat ik heel van je hield en houdt. En dat vertel ik hier omdat de hele wereld dat mag weten.
Lieve mama; je bent veel te vroeg bij ons weggegaan. Je zal je eigen kleinkinderen helaas niet kennen, maar ik beloof je dat ik ze alles over hun oma zal vertellen. Dat je mijn steun en toe verlaat was. Dat je mij soms terecht corrigeerde en ik naar je luisterde. Dat je zo geïnteresseerd was, en mij met je interesses besmette. Dat wij ruzieden en het ook altijd weer goed maakten. Dat jij altijd wist hoe ik mij voelde en nu nog steeds, omdat ik zeker weet dat je altijd bij mij en ons zal blijven
Jouw Tinus
Willem:
Twee dagen voor deze begrafenis komt mijn moeder aan in Nederland. Ze is ‘gerepatrieerd’. Ik ken de term nu een week. Ze zou het zelf een prachtig woord gevonden hebben. Vol van betekenis. Met haar komt ook de bagage terug die ze meenam naar Zambia. Binnen een uur ligt alles verspreidt over het bed. Twee paar schoenen, viltstiften nog in de verpakking, Zambiaanse gembersnoepjes en een boek: De held met de duizend gezichten, van Joseph Cambell. Ik ken het boek, heb het er veel met haar over gehad tijdens onze laatste trip naar Parijs, drie maanden geleden. Het gaat over oude verhalen, en hun archetypes.
De eerste zin is als volgt: 'Of we nu met gereserveerde geamuseerdheid naar de droomachtige orakeltaal van een roodogige medicijnman uit de Kongo luisteren of af en toe de harde noot van een betoog van Thomas van Aquino kraken: we zullen altijd weer dat ene, in vorm verschillende maar toch wonderlijk constante verhaal ontdekken, en tegelijk het prikkelend hardnekkige gevoel hebben dat er meer te ervaren blijft dan we ooit zullen weten of horen.' Einde citaat.
Het wonderlijk constante verhaal. Daar hield ze van. Van de oude bekenden. Van Abraham en Odysseus, en hun steeds weer terug kerende avonturen. Het is ook de angst voor een rasverteller zoals zij. Dat elk verhaal al een keer eerder verteld is. Van de middelste in het gezin, van de lieve zorgzame moeder, van dat verschrikkelijke bericht uit Zambia.
Gelukkig is er altijd ook het 'prikkelend gevoel dat er meer te ervaren blijft.' Dat drama de wortel is van mooie verhalen. Dat avonturen nog in het verschiet liggen. Dat dodelijke scherven duizendmaal geluk brengen. Nieuwe verhalen, die nog nooit verteld zijn.
De laatste dagen zeggen mensen vaak tegen me: 'Wat een slecht verhaal.' Zoiets verzin je niet, het is ongeloofwaardig, er zijn geen woorden voor. Wie mijn moeder kent, en ik ken mijn moeder, moet weten: er bestaan geen slechte verhalen. Alleen maar slechte vertellers.
Mijn moeder was alles behalve een slecht verhaal, en zeker geen slechte verteller. Dit is de eerste versie. En wij, met zijn vieren, en met jullie onze vrienden en familie, schrijven door aan versie twee en drie en oneindig verder. Eerste versies zijn, zoals mijn vader tot vervelens toe van haar heeft moeten horen, simpelweg nooit goed genoeg.
Mama. We vertellen jouw verhaal door. Ik ben blij dat ik je zo lang bij me heb gehad. Ik ben blij dat we ondanks alle verhalen soms maar een woord nodig hadden. Ik ben zelfs trots dat je naar Zambia bent gegaan. Je was niet tegen te houden en dat wilden we ook niet. Je was een avonturier, een driftkikker, een dwarsligger, en bovenal onze lieve beschermende en altijd aanwezige moeder. Ik hoop ooit zo dapper te worden als jij, en zal dat de hele wereld vertellen.
Floris:
Het was op een mooie zomerdag, zo rond deze tijd van het jaar, maar dan tien jaar eerder. Ik was veel te oud om nog in Sinterklaas te geloven. Toch geloofde ik nog altijd dat mijn moeder vloeiend Chinees sprak. Toen ik er eenmaal achter kwam dat het de langste grap was die ze ooit met ons drie heeft uitgehaald voelde ik me behoorlijk idioot. Later toen ik er om kon lachen begon ik het verder te vertellen: mijn moeder heeft ons elf jaar lang wijsgemaakt dat ze vloeiend Chinees sprak en alle woorden kende behalve 'spinazie'. We vroegen het haar regelmatig "Mama, wat betekent ik hou van spinazie in het Chinees?" Zonder aarzelen antwoordde ze dan: "hang, pling, wang, spinazie".
Zo rond die tijd, misschien had het daar iets mee te maken, kreeg ik een nieuw koosnaampje van mijn moeder: sukkel. Zo stelde ze me ook voor aan andere mensen: "Dit is Floris, hij is een echte sukkel". Het liefst bij mensen die ze nooit eerder had gezien. En het allerleukste vond ze het als die mensen het zichtbaar vreemd vonden, om je bloedeigen zoon sukkel te noemen.
Ik kijk met zoveel trots terug op die ontelbare mooie, grappige en leuke momenten. Ik heb deze week mijn hele leven met mama voorbij horen en zien komen. Hoe we samen op een bandje 'altijd is kortjakje ziek' zingen en hoe we op honderden foto's samen en met z'n allen iets aan het doen zijn waarvan ik vaak niet weet wat, maar waar we in ieder geval heel hard om hebben moeten lachen.
Ik was zo trots toen ze naar Zambia ging. Ik heb er nog geen seconde over na gedacht dat zo iets vreselijks zou kunnen gebeuren en dat ik hier nu zou moeten vertellen hoe fantastisch mijn moeder is geweest. Morgen, overmorgen en de maanden, jaren daarna bedenk ik nog honderden dingen die ik tegen haar zou willen zeggen om dit moment, maar voor nu is dit genoeg:
Lieve mama. Ik mis je vanaf het moment dat ik het hoorde, je hebt ons zo veel geleerd en je hebt er samen met papa voor gezorgd dat het altijd goed was thuis, het heeft alleen veel te kort geduurd. Er is nog zoveel wat ik met jou had willen meemaken. Er is nog zoveel wat ik aan jou had willen laten zien. Ik had nog zo graag laten zien hoe ik als laatste zoon ging afstuderen. Er is slechts een ding waar ik vrede mee heb. Ik hoef niet te laten zien dat ik geen sukkel ben. Want ik ben wel een sukkel. En jij ook.
Gerton:
Het gezin Heyne waar Thérèse deel uit van maakte, kende een grote dynamiek, vaak groter dan de buitenwereld dacht. We hadden het daar vaak over met elkaar, we hielden het tegen het licht, op zoek naar gewone en minder gewone patronen. Thérèse speelde daar een belangrijke rol in. Rian vertelt nu over Thérèse als zus.
Rian:
Therese mijn speelse zus, mijn drama juf;
ik was 3, jij 7,
We speelden elke zondagochtend prins en prinsesje
En elke keer weer hadden we ruzie wie de prins mocht zijn, die mocht namelijk die mooie blauw satijnen jas aan….
Therese, mijn zus, mijn juf
Ik was vier, jij 8,
Jij was de juf
We speelden schooltje, elke dag en altijd was jij de juf
Jij leerde me lezen en schrijven,
Ik had niets meer te zoeken in de eerste klas, ik mocht meteen naar klas twee, ik had een hele goede juf gehad…..
Therese mijn zus, mijn slaapmaatje, mijn rekenjuf
We sliepen jaren met een lineaal in één en hetzelfde bed om
elke avond opnieuw te meten of we allebei wel evenveel ruimte hadden, ieder 60 cm….
En als de centimeters waren geteld, eindigden we elke avond met ons zelfde afscheidsdeuntje: welterusten, lekker slapen, tot morgen, daag, houdoe
Therese mijn grote zus,
Op de middelbare school was jij groot en ik nog klein, toen was ons leeftijdsverschil groot
Jij trok meer naar Kees, die was veel interessanter, jullie maakten jongerenmissen, jullie deden mee met de Pax Christie, jullie gingen samen uit…, jullie vierden carnaval….
En ik….., ik was jaloers omdat ik daar niet bij hoorde.
Therese, mijn lieve zus Therese,
Samen verloren we onze broer Kees, ieder van ons ontfermde zich op een eigen manier over onze vader, onze moeder, om hun verdriet wat draaglijker te maken…..
Maar we hadden ook ieder ons eigen verdriet.
Therese, mijn zorgzame zus,
Je was als een moeder voor mij toen Piet verongelukte
Je wiegde me, je streelde me, je voedde me, je fluisterde me toe
Je liefde was zo groot, zo groot, zo groot
Wat was je dichtbij, wat waren we één,
en wat heeft het me moeite gekost om daar ook weer van los te komen
Ik heb me gevoeld als een puber die zich los moest wringen van de liefde van haar moeder, die moest schoppen tegen de moeder waar ze zo zielsveel van hield.
Thérèse, mijn intieme zus Therese,
Jij was bij mij toen ik mijn 4 kinderen baarde, Thérèse, trotse moeder van Mattijs, Willem en Floris, ik was er bij toen jij jouw zonen baarde.
24 december 2009, de dag voor kerst;
Jij en ik, samen in de sauna, we hadden hem voor ons alleen, we hadden lol omdat waarschijnlijk iedereen met kerstboodschappen bezig was en wij lekker in de sauna zaten. We rolden lekker in ons blootje door de sneeuw, speels en vrij.
We vonden het een fantastisch idee van onszelf en besloten dat voortaan ieder jaar op 24 december te gaan doen, het was de beste dag van het jaar. Helaas zal het bij die ene keer blijven…
5 juli 2010,
Jij en ik, ons laatste dagje samen voordat jij naar Zambia vertrok, het werd voorgoed ons laatste dagje samen. We hebben gesproken over de afstand, de toenadering en vooral over de liefde tussen ons voor elkaar, waaraan we soms nog moeilijk vorm konden geven. Daar waren we nog niet mee klaar…
Tiesje, 2 augustus 2010: kreeg ik je laatste smsje: je schrijft:
Ja, ik voel me rijk, en vooral ook heel gezond. Ja ik voel mijn kracht en ook heel goed mijn zwakte. Ga morgen een paar dagen reizen. Mooie dingen zien. Heb jij het ook naar je zin? Heel veel liefs
Tiesje, Ik heb het niet echt naar mijn zin, maar wat was het waardevol en goed om jou mee op te halen
op Schiphol, om je te verzorgen, om je thuis te brengen.
Tiesje, dank voor alles wat je me geven hebt, dank voor je liefde, dank voor je trouw, ik hou van jou. En voor straks: welterusten, lekker slapen, tot morgen daag, houdoe…..
Gerton:
Jij woont in het betoverde bos
En denkt: er is geen uitweg,
Maar ik steel jou uit het betoverde bos
En breng jou naar mijn witte paleis
Met uitzicht op zee.
Het is de tekst van een lyrisch lied dat nu gespeeld en gezongen gaat worden Oleg Fateev. Oleg komt uit Moldavië en is een goede vriend van Therese en Adri en heeft diverse keren samen met hen opgetreden.
Oleg Fateev: Lyrisch lied
Gerton:
Thérèse had een grote verbondenheid met verhalen uit het oude testament, vooral omdat die verhalen vertellen over doortocht door en uittocht uit ellende. Ze heeft ook veel van die verhalen verteld. Corrie Dansen van pastoraatsgroep Orthen leest nu zo’n verhaal aan ons voor.
Corrie Dansen:
Lezing uit het Oude Testament, uit het boek van de Uittocht 14, 19 – 31
De engel van God
die aan de spits van het leger der Israëlieten ging,
veranderde van plaats en stelde zich achter hen op,
tussen het leger van de Egyptenaren
en het leger der Israëlieten.
De wolk bleef die nacht donker
Zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam.
Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee
en de Heer deed die hele nacht
door een sterke oostenwind de zee terugwijken.
Hij maakte van de zee droog land
en de wateren spleten vaneen.
Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door,
terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.
De Egyptenaren zetten de achtervolging in;
alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners
gingen achter de Israëlieten aan
de zee in.
Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken
vanuit de wolkkolom en de vuurzuil
op de legermacht van de Egyptenaren
en bracht ze in verwarring.
Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen
zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen.
De Egyptenaren riepen uit:
"Laten we vluchten voor de Israëlieten,
want de Heer strijdt voor hen tegen ons."
Toen sprak de Heer tot Mozes:
"Strek uw hand uit over de zee
dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren
en hun wagens en wagenmenners."
Mozes strekte zijn hand uit over de zee
en toen het licht begon te worden
vloeide de zee naar haar gewone plaats terug.
Daar de Eyptenaren er tegen in vluchtten
dreef de Heer hen midden in de zee.
Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners,
heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten
op de bodem van de zee achterna waren gegaan.
Niet één bleef gespaard.
De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heengetrokken,
terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden.
Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte;
Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen.
Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte
gezien had,
kreeg het volk ontzag voor de Heer:
Zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar.
Gerton:
Eén van de nichtjes van Therese ging afgelopen week op zoek naar de betekenis van het woord 'tante'. Achter de feitelijke betekenis ('zus van je vader of moeder') geeft de Dikke Van Dale dan een gezegde waarin het betreffende woord gebruikt kan worden. In dit geval was dat 'een lastige'. Als lastige tante raakte ze, krabde ze, kriebelde ze zwakke plekken van haar neefjes en nichtjes; ze lokte ze uit hun tent maar ging niet over de grens, maar verlegde die. De twee oudste nichtjes –Lienke en Marleen– zingen nu samen met hun moeder, onze zus Els, een lied over donker maar vooral ook over licht.
Als het donker is geworden,
Je hebt geen enkel zicht
Als je tastend in het duister
Verlangt naar morgenlicht
Als het donker is geworden
Het leven hard en zwaar
Als je samenhang wilt vinden,
Maar waar te zoeken, waar
Als het donker is geworden
En niets lijkt nog vertrouwd
Als je angstig voor de ander
Je hart gesloten houdt,
Roepen stemmen in het duister
‘keer om en wordt weer zacht’
Komt de morgen met zijn luister,
Verjaagt de zwarte nacht.
Anders zal het licht niet komen
Geen hart en vurigheid,
Of het zal in mensen komen,
Hun hartstocht en hun strijd
Licht zal op het water stromen,
Een stem roept: ‘licht ben jij,
Anders zal het licht niet komen,
Licht ben jij, licht zijn wij.’
Adri:
Thérèse was altijd op doortocht: van donker naar licht, van wanhoopsland naar beloofd land, als het moest door zeeën van ellende heen. Zo was ze nog het meest eind jaren negentig, toen zij, de kinderen al wat groter, op zoek moest naar wie ze zelf was. Ik zei wel eens: "Hou toch op met dat gezoek," maar dan moest je net bij haar komen. Ze had toen geen verhalen meer, geen woorden zelfs, ze was zo stil dat ik er bang van werd. Iemand zei tegen haar: "Als je geen woorden meer hebt, begin dan met letters" en ze begon met letters te tekenen, eerst de door haar gehate letter O, die omsloten hof, die gevangenis, die eeuwige moederschoot. Ze maakte toen duistere afbeeldingen waar verderf en ondergang in zat. Wij lieten haar maar en zagen pas na maanden hoe de rups uit haar cocon kwam en een vlinder begon te worden. Toen begon ze meer en meer de letter E te tekenen met wel twee mooie openingen naar de toekomst. En toen kwam ook de wens om een eigen bedrijf te beginnen, een vindplaats van oude en nieuwe verhalen, dat De Letterling zou heten, want met letters was de doortocht naar haar nieuwe leven begonnen.
Ik zou mee gaan doen in dat bedrijf, wij samen. Dat heb ik geweten. Was tot dan toe mijn eerste versie altijd goed, vanaf toen was het: "Boschje, dat kan beter." Met ons laatste verhaal voor de zusters van de Bossche Choorstraat waren we gekomen tot de zeventiende versie. Soms zei ik wel eens opgewonden: "Doe het dan zelf, als jij het beter weet," maar haar antwoord was steevast: "Ja Boschje, ik wéét het beter en jij kúnt het beter, jij bent de schrijver en ik de verteller." Sommige mensen moeten vast wel eens gedacht hebben dat ik thuis niets te vertellen had, maar ik had juist alles te vertellen, ze liet me zo vrij als een vogeltje, behalve met die eerste versie, daar heeft ze mij van bekeerd.
Voor haar afscheid had ze overal lieve briefjes verstopt op plekken in het huis waar ik wel moest komen. Op de strijkplank: "Lieve Boschje, ik ga dingen doen die ik eigenlijk helemaal niet durf, maar ik ga het wel doen omdat jij erin gelooft." Onder de bovenste laag koffiebonen: "Ik hou van jou nog veel meer dan vierendertig jaar geleden." En in het rek achter de derde wijnfles: "Lieve Boschje, wie kent mij beter dan jij? Wie kent jou beter dan ik?"
Zij maakte het leven van mij en onze jongens licht en vrolijk en tot in de laatste donkere weken is dat voelbaar geweest. We hebben gejankt en gevloekt en gelachen. Ze was niet zo kerkelijk, maar ze geloofde in God die mensen uit de nacht haalt en naar het licht brengt. In de weken voor haar vertrek neuriede ze voortdurend het liedje dat Jopie zong tijdens onze laatste voorstelling. Alsof, denk ik achteraf, ze al weg begon te zweven naar ongekende verten, naar grazige weiden van groen. Gisteren was ze thuis. Ik werd er zo rustig van als wat. We maakten van olijftakjes uit de tuin een klein kruisje. Ik leg het nu op Thérèse, omdat zij onze jongens vaak tekende met een kruisje op hun voorhoofd. Niet om hen een zwaar kruis te laten dragen, maar om het licht te maken in hun hoofd. Daarna leg ik haar naam in het gedenkboek van deze kerk en breng het naar de dagkapel. De naam Thérèse Heyne zal bewaard blijven in ons geheugen en in ons hart.
Lied door Jopie Jonkers: Duermete mi niño:
Gerton:
De titel van dit lied was Duermete mi nino.
'Slaap, mijn kind.
Slaap, mijn lief.
Slaap, stukje van mijn hart.'
Het werd gespeeld door Jopie Jonkers, iemand waarmee Therese en Adrie ook vaak hebben opgetreden in verhalensessies.
We zijn toe aan een onderbreking en de collecte.
Thérèse is in Kasama drie weken lang te gast geweest bij Afrikaanse zusters; ze zijn ook na het ongeluk van Thérèse heel dicht en liefdevol bij haar gebleven; afgelopen zondag hebben ze in de kathedraal van Lusaka samen met pater Toon van Kessel haar afscheid gevierd en voor haar gedanst; een van hen, zuster Scholastica, heeft haar op de terugreis vergezeld tot hiertoe. Sister Agnes Scholastica, thank you very much for accompanying Therese back home. Deze zusters werken onder de armste der armen. De meeropbrengst van de collecte is voor hen en hun werk. Van harte aanbevolen.
Tegelijk worden de bidprentjes uitgedeeld, door de buurtkinderen van Therese.
Onderbreking
Collecte
[de meeropbrengst bedroeg 2774,61 Euro en wordt deze week nog overgemaakt]
Muziek: Ave Verum van Mozart - Orgelspel door Tineke Wijgers–Mulders
Ons gebed
Gerton:
Het is tijd voor nog meer licht en vuur. Huisvriend en pastor Cees Remmers vertelt over het vuur dat Therese bij anderen heeft ontstoken. Marie Jose, schoonzus, Seetje, mijn vrouw, helpt hem daarbij en steekt zeven vlammen aan.
Cees Remmers:
Vuur heeft ze verspreid,
overal om zich heen.
Wij steken zeven vuren voor haar aan.
Eerste vuur aan
Vuur in haar gezin,
vuur voor Adri, Mattijs, Willem en Floris.
Voor- en tegenspreekster tegelijk,
Nooit flakkerend, nooit halfwas,
altijd voluit brandend.
Tweede vuur aan
Vuur in de families Heijne en Bosch,
altijd een mening anders dan je dacht..
Houden van op het scherp van de snede,
plat branden wat vals is,
warm houden wat lief is.
Derde vuur aan
Vuur in de kring
van haar vrienden en vriendinnen.
Aanstookster, opstookster, verleidster,
de kachel aan
met wat de goegemeente vindt.
Vierde vuur aan
Vuur in haar Tilburgse buurt,
een Bosch 'meens' aan de 'kaaibaand'.
Warmte in haar huis,
warmte in de tuin
tot over de groene heggen heen.
Vijfde vuur aan
Vuur in haar vak van vertellen,
bajesklanten laten janken,
zorgmanagers wakker schudden,
dode sintels in de container,
kleine vlammetjes brandend houden
Zesde vuur aan
Vuur in Zambia,
o moeder Christina, o zuster Scholastica,
jullie hebben haar voor het laatst in leven gezien.
Vergeet niet wie zij was,
gedenk haar als de savanne brandt.
Zevende vuur aan
Vuur voor eeuwig, lieve Thérèse,
stook de boel daarboven maar op,
schreeuw maar dat ze niet zo heilig zijn als ze uit zien,
brand maar van onrust totdat je rust vind
in de handen van de Enige die wij niet kennen
en die we hebben zien oplichten in jou.
Psalm 23
Allen:
Mijn herder is de Heer,
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Voorganger:
Hij brengt mij in een oase van groen,
dan strek ik mij uit aan de rand van het water,
daar is het goed rusten.
Ik kom weer tot leven, dan trekken wij verder,
vertrouwde wegen, Hij voor mij uit.
want God is zijn naam.
Allen:
Al moet ik in het duister van de dood,
ik ben niet angstig, U bent toch bij me,
onder uw hoede durf ik het aan.
Voorganger:
Gij nodigt mij aan uw eigen tafel,
en allen die tegen mij zijn
moeten het aanzien: dat Gij mij bedient,
dat Gij mij zalft, mijn huid en mijn haren,
dat Gij mijn beker vult tot de rand.
Allen:
Overal komen geluk en genade
mij tegemoet, mijn leven lang.
En altijd kom ik terug in het huis
van de Heer, tot in lengte van dagen.
Jopie Jonkers: Esperanza
Zamba de mi esperanza:
Zamba, lied van de hoop
opkomend als een liefde,
droom, droom van de ziel
die soms sterft zonder tot bloei te komen.
Verslagenheid in het vooruitzicht,
ik ben slechts stof dat verwaait in de wind.
Zamba, verlaat mij niet,
zonder jouw hoop, kan ik niet leven.
Het afscheid
Gerton:
Het lied dat Jopie speelde heette Esperanza en de goede verstaander weet dat dat hoop betekent.
Els Iping is al lang een vriendin van Therese. Ze hebben samen op de theaterschool gezeten. Therese werd verteller, Els heeft dat gebruikt voor haar carrière in de Amsterdamse politiek. Zij vertelt ons over een bijzondere vriendschap.
Els Iping:
Als ik in mijn laatste baan iets heelß moeilijks moest doen, een stuk schrijven of een speech, vroeg ik Therese soms om advies. Met een enkele vraag of een paar woorden van haar werd het altijd beter. Vandaag moet ik het allermoeilijkste doen, en ik kan Therese niet meer vragen me te helpen. Het wordt dus niet zo goed als zou kunnen.
Ik had een beste vriendin. Vanaf onze ontmoeting 30 jaar geleden. Ze was origineel, warm, talentvol, ontzettend grappig. Elke vrijdag fietste ik snel naar de theaterschool in de Spuistraat, blij dat ik haar weer zou zien.
Ze zocht bij alles naar de essentie, was niet snel tevreden. Ze had geen boodschap aan cynisme en gemakzucht, ging elke discussie aan. Moet het nog dieper? Vroeg Brordus, mijn man wel eens. Dat moest, maar Therese kon diepgang licht brengen. Ze kon je ontroeren, sommigen mensen tegen wil en dank. Ze kon met haar humor elke bijdehandte Amsterdammer aan. Ik heb nooit een andere Brabantse ontmoet die haar dat nadeed. We kregen beiden ons eerste kind op de theaterschool. Adri kwam met Mattijs naar Amsterdam, Brordus en hij liepen dan achter de kinderwagens naar de Spuistraat waar wij in de pauze onze zoontjes de borst gaven. Daarna gingen ze samen naar de kroeg.
Na de Theaterschool kregen we allebei een rijk, vol en ingewikkeld, dus mooi leven. We zagen elkaar niet vaak, maar bleven elkaar beste vriendin. Die aan een half woord genoeg hadden, die tussen elkaars regels door konden lezen, die simultaan konden praten en luisteren tegelijkertijd. Dat spaarde tijd. Die als we ergens tussen Tilburg en Amsterdam elkaar van de trein haalden midden in de zin verder gingen waar we waren gebleven, die honderduit pratend en lachend naar de eerste pleisterplaats liepen, in het vuur van het gesprek aan een stuk door tegen elkaar aanbotsend.
Je hebt een topleven gehad Therese. Je hebt alles gedaan wat je wou. Je hebt een grote liefde gekend en behouden. Je hebt hele leuke èn goede èn talentvolle kinderen gekregen. Je bent blijven zoeken, blijven streven. Je werd goed en succesvol in je vak. Je bent erin geslaagd mensen te raken en te veranderen. Je hebt verschil gemaakt. Je bent naar Afrika gegaan.
Het is ontzettend zonde dat je niet verder mag.
Maar door het verdriet heen glanst stralend je warmte, je humor, je trouw.
Ook deze twee weken betrap ik me erop dat ik door mijn tranen heen telkens moet glimlachen. Omdat je de leukste vrouw van de wereld was.
Ik zal aan je denken Therese. En als ik dat doe zal ik glimlachen. Soms zelfs giechelen. Ik zal aan je denken en van je vertellen en dan zal ik glimlachen en zeggen met grote trots: ja, da’s Therese, mijn beste vriendin.
Gerton:
Therese was dan niet zo van de kerk als instituut, ze had veel met mooie rituelen. De zegening met water en het ophemelen met wierook is er daar één van.
Adri:
Lieve Thérèse, ik zegen en bewierook jou
in naam van de Enige die wij niet kennen
en die wij hebben zien oplichten in jou.
Pastor Cees Remmers zingt samen met ons:
In paradisum deducant te angeli:
in tuo adventu suscipiant te martyres,
et perducant te in civitatem sanctam Jeruzalem.
Chorus angelorum te suscipiat,
et cum Lazaro quondam paupere
aeternam habeas requiem.
[De engelen mogen jou geleiden naar het paradijs,
de martelaren mogen jou ontvangen bij uw komst,
en jou brengen naar de heilige stad Jeruzalem.
Het koor van engelen moge jou ontvangen
en moge jij, samen met de arme Lazarus,
de eeuwige rust vinden.]
Gerton:
Soms blik je wel eens vooruit naar je eigen begrafenis. Zo heeft Therese ooit gezegd dat –mocht het dan ooit zover komen– ze graag een lied van Mercedes Sosa gezongen zou willen hebben. De titel van het lied is Todo Cambia en betekent 'Alles verandert'. Alles verandert, ik verander, maar wat niet verandert –hoe ver van huis ik ook ben– is mijn liefde voor mijn dorp, mijn volk, voor jou.
Veronica Eijkens gaat dat nu voor ons zingen. Ook Veronica trad vaak met haar op.
Veronica Eijkens zingt Mercedes Sosa: Todo Cambia:
Cambia lo superficial
cambia también lo profundo
cambia el modo de pensar
cambia todo en este mundo
Als het oppervlakkige verandert,
dan verandert ook het diepe.
Als de denkwijze verandert,
dan verandert alles in deze wereld
Het klimaat verandert met de jaren,
de herder verandert zijn kudde
en zo, zoals alles verandert,
is het ook niet vreemd dat ik verander.
De zuiverste briljant verandert
van hand in hand van schijnsel.
Het nest verandert het vogeltje,
het gevoel verandert een geliefde
Het pad verandert de wandelaar,
het pad kan haar veel leed aandoen
En zo, zoals alles verandert,
is het ook niet vreemd dat ik verander
De zon verandert in zijn baan,
als de nacht zich aandien,
verandert de plant en kleedt
haar groen in de lente.
De vacht van het roofdier verandert,
het haar van een grijsaard verandert
En zo, zoals alles verandert,
is het ook niet vreemd dat ik verander.
Maar wat niet verandert is mijn liefde,
hoe ver ik ook van huis ben,
noch de herinnering, noch de pijn
van mijn dorp en mijn volk
Wat gisteren veranderde,
zou morgen ook weer moeten veranderen,
zoals ik veranderd ben
in dit verre land
Gerton:
Lieve familie, lieve vrienden, het is tijd; we gaan Therese naar haar laatste rustplaats brengen. Ik moet daarbij een paar logistieke en huishoudelijke mededelingen doen.
De familie loopt achter de kist naar het kerkhof, hier even verderop. Wie wil volgt. Eerst sluit de eerste rij aan, vervolgens de tweede en zo verder.
De neven en nichten lopen voor de kist uit met de bloemen.
Bij het graf wil de familie met een kort ritueel Therese aan de aarde toevertrouwen. Het gaat dan om Adri en zijn gezin, de familie Heyne en de broers en zussen van Adri met hun partners. U wordt dan gevraagd om nog even op enige afstand te blijven. De familie stapt dan terzijde en u krijgt de gelegenheid om langs het graf van Therese te lopen en afscheid te nemen. De familie zal dat als laatste doen.
De genodigden zijn van harte welkom om vervolgens met ons samen te zijn in bezinningscentrum ZIN in Vught. Therese en Adri hebben daar vaak samen opgetreden. Adri, de zonen en de rest van de familie zullen daar gewoon rondlopen. Als het erg druk wordt, is het misschien niet mogelijk dat u hen persoonlijk de hand kunt schudden. Weet dan dat ook in dat geval alleen al uw aanwezigheid bijzonder op prijs wordt gesteld.
Degenen die niet meegaan wil ik bedanken voor hun komst.
Op haar reis door Zambia luisterde Therese veel naar Neil Young. Terwijl we haar begeleiden hoort u het nummer 'Heart of Gold' van Neil Young.